Banken mogen na het peilmoment van art. 54 Fw geen beroep meer doen op het argument dat binnengekomen gelden alsnog via uitgaande betalingen zijn “doorgestroomd” naar crediteuren. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist in twee arresten die een einde maken aan een verdeelde lagere rechtspraak — met een prijskaartje van ruim EUR 34 miljoen in één van de zaken.
Waar ging het om?
De arresten draaien om de uitleg van artikel 54 Faillissementswet. Dat wetsartikel beoogt kort gezegd te voorkomen dat crediteuren bij een aanstaand faillissement zichzelf bevoordelen boven andere crediteuren. Iemand die een vordering op of schuld aan de gefailleerde heeft overgenomen (gecedeerd of schuld overgenomen), kan die niet verrekenen als hij op het moment van overname wist dat het faillissement reeds te verwachten was.
Een klein jaar geleden annoteerden wij voor het tijdschrift Jurisprudentie Onderneming en Recht (JOR) een arrest van het Hof Den Bosch over de volgende situatie: een bank betaalde, in opdracht van de schuldenaar, na het peilmoment (kort gezegd het moment waarop het faillissement te verwachten viel) andere crediteuren van de schuldenaar. Vervolgens verrekende de bank deze betalingen met eerder, na de peildatum, ontvangen gelden. Dit wordt in de praktijk inmiddels “saldering” genoemd.
De vraag of deze saldering is toegestaan, speelde in twee zaken bij verschillende hoven — en de hoven kwamen tot een verschillend antwoord. Het ene hof stond saldering toe, het andere niet.
De beslissing van de Hoge Raad
Afgelopen maart heeft de Hoge Raad in beide zaken (ECLI:NL:HR:2026:390 en ECLI:NL:HR:2026:391) deze knoop doorgehakt: saldering is niet toegestaan.
De Hoge Raad sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak (Amro Bank/THB, Loeffen q.q./Bank Mees & Hope, ING/Gunning q.q., Eurocommerce): creditering van een bankrekening na betaling door een derde wordt gelijkgesteld met schuldoverneming. Is de bank op dat moment niet meer te goeder trouw, dan is verrekening niet toegestaan.
Voor een uitzondering — zoals door de bank bepleit — wanneer de bank nadien nog uitgaande betalingen heeft verricht, ziet de Hoge Raad géén aanleiding. In de zaak tegen Louwerier q.q. kost dit de bank meer dan EUR 34 miljoen. De uitkomst van de arresten hebben mede daarom forse impact.
Belang voor de praktijk
Banken kunnen zich na het peilmoment dus niet meer verweren met het argument dat binnengekomen gelden alsnog “doorgestroomd” zijn naar schuldeisers via uitgaande betalingen. Dat lijkt ons een juiste uitkomst: het voorkomt ingewikkelde discussies tussen banken en curatoren over de vraag of, en in hoeverre, gelden “doorgestroomd” zijn.
De keerzijde is dat deze uitspraak gevolgen kan hebben voor het beleid van banken bij klanten in financiële moeilijkheden. De verwachting is dat banken sneller de bankrekening zullen blokkeren en/of de financiering zullen beëindigen — waardoor bedrijven die anders misschien nog gered hadden kunnen worden, sneller failliet kunnen gaan.
Vooruitblik: eerder ingrijpen en de WHOA
De nadruk komt daardoor wellicht meer te liggen op eerder ingrijpen, vóórdat de kritieke fase wordt bereikt. Daarbij komt de WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord – een door de rechter goedgekeurd herstructureringsakkoord dat ook tegenstemmers binnen het akkoord bindt) weer in beeld.
Banken zullen in financieringssituaties naar verwachting vaker bedingen dat de schuldenaar een startverklaring deponeert, zodat verrekeningen in het kader van de voortzettingsfinanciering na deponering van die startverklaring niet meer kunnen worden aangetast (art. 54 lid 3 Fw). Alternatief: een verzoek aan de rechtbank om een herstructureringsdeskundige aan te wijzen (art. 371 Fw).
Let wel: die bescherming geldt pas vanaf het moment van deponering. In de fase daarvóór blijft het risico voor banken onverkort bestaan. Verwacht wordt dan ook dat banken strakker zullen toezien op hun zekerheden en rechten (Algemene Bankvoorwaarden), om sneller het betalingsverkeer te kunnen staken wanneer dat nodig is.
Relevant voor
Deze uitspraak is in het bijzonder van belang voor banken, turn-around investeerders, ondernemingen in zwaar weer, hun adviseurs en curatoren.
Zie hiervoor ook ons eerdere bericht: Saldering door bank niet toegestaan napeildatum






