Arbeidsrecht

Update Zelfstandigenwet: straks echt meer “rust” en “duidelijkheid” voor zzp’ers en opdrachtgevers?

Wanneer kan je gerust met en als zelfstandige(n) werken? Deze vraag leidt al jarenlang tot onzekerheid bij zowel zzp’ers als opdrachtgevers. Met de introductie van de Zelfstandigenwet (nu nog een wetsvoorstel) beoogt het kabinet hierover eindelijk meer duidelijkheid en rust te brengen.

Op 1 oktober 2026 heeft het kabinet het wetsvoorstel gepresenteerd, waarmee de plannen concreter zijn geworden. Hierna zullen de belangrijkste voorgenomen maatregelen kort worden toegelicht.

Wat volgt uit het wetsvoorstel?
Het kabinet is van plan om twee toetsen in te voeren: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. In de wet wordt straks expliciet opgenomen, dat indien aan beide toetsen is voldaan, er (in ieder geval) geen sprake is van gezag. Hierdoor kan dus als zzp’er worden gewerkt. Er is immers niet voldaan aan één van de drie vereisten voor een arbeidsovereenkomst, te weten: (i) arbeid, (ii) loon en (iii) gezag.

De zelfstandigentoets

      Deze toets gaat over de zzp’er zelf en hoe hij/zij zich in het economisch verkeer gedraagt: is echt sprake van een ondernemer? Hierbij zou moet worden getoetst aan de volgende criteria:

      • de zzp’er voldoet aan de basisvoorwaarden die wijzen op het werken als zelfstandige, het kabinet denkt aan de volgende kenmerken: een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer, een aparte zakelijke rekening, verantwoordelijkheid voor facturatie, hanteren van een betalingstermijn, verrichten van betalingen aan derden en de vraag of de zzp’er aangesproken worden op te late betaling;
      • de zzp’er heeft in het lopende en/of vorige kalenderjaar in totaal minimaal drie verschillende opdrachtgevers of klanten gehad; en
      • de zzp’er besteedt een nog te bepalen minimaal bedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s, bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenopbouw of beroepsaansprakelijkheidsverzekering.

      De werkrelatietoets

      Deze toets kijkt naar de concrete samenwerking met de opdrachtgever en de vraag of het “gezag” ontbreekt. Hierbij zou moeten zijn voldaan aan de volgende criteria:

      • allereerst moeten beide partijen de bedoeling hebben de arbeid niet in dienst van een werkgever te laten verrichten;
      • daarnaast moet de zzp’er vrij zijn te bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd. De opdrachtgever mag wel instructies geven over de uitkomst van het werk geven;
      • de zzp’er moet in beginsel de vrijheid hebben te bepalen wanneer en waar het werk wordt gedaan. Dit is enkel anders voor locatie en tijdsgebonden werk; en
      • de zzp’er werkt voor eigen rekening en risico. Dat betekent onder meer dat hij/zij verantwoordelijkheid draagt voor financiële risico’s en economische baten kan genieten.

      Wordt niet aan één of beide toetsen voldaan? Dan is niet automatisch sprake van een arbeidsovereenkomst. Er is dan alleen geen zekerheid op grond van de Zelfstandigenwet. De bestaande beoordeling moet dan worden toegepast, op basis van de huidige jurisprudentie en de weging van alle feiten en omstandigheden van het geval.

      Niet bindende-derdenverklaring
      Om het aantonen van de zelfstandigentoets eenvoudiger te maken, werkt het kabinet daarnaast aan een niet-bindende vrijwillige derdenverklaring. Een deskundige derde, zoals een accountant of belastingadviseur, kan daarin verklaren dat de zzp’er aan deze toets voldoet. Zo hoeft de zzp’er niet telkens al zijn persoonlijke bedrijfsinformatie te delen. De verklaring geeft overigens geen wettelijke vrijwaring. Het kabinet vraagt zich dan ook af of de verklaring in de praktijk wel gebruikt zal worden. Dit gaat zij nog nader onderzoeken.

      Tijdslijn
      Het wetsvoorstel ligt tot 29 oktober 2026 ter internetconsultatie. Vanuit verschillende hoeken wordt al volop op het wetsvoorstel gereageerd, waarbij met name gesteld wordt dat het niet haalbaar zou zijn om met een minimaal aantal opdrachtgevers te werken.
      Nadat de internetconsultatie is gesloten, wordt het wetsvoorstel mogelijk nog aangepast voordat het ter advies wordt voorgelegd aan de Raad van State. Vervolgens moet het wetsvoorstel nog worden voorgelegd aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Als het wetsvoorstel dus al (in de huidige vorm) wordt aangenomen is het nog maar de vraag of het de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2028 gaat halen. Er is nog een lange weg te gaan en wij houden u natuurlijk op de hoogte.

      Heeft u vragen over de Zelfstandigenwet, of over een ander arbeidsrechtelijk onderwerp, neem dan gerust contact met ons op.

      Auteur

      Dit artikel delen: