Wat is short stay?
Wie in Nederland een woning huurt, is in de regel goed beschermd: een verhuurder kan de huur niet zomaar beëindigen en de huurprijs is in gevallen ook gemaximeerd. Een uitzondering is de verhuur die “naar zijn aard van korte duur” is. De wetgeving noemt als voorbeelden een vakantiewoning of een wisselwoning.
Deze uitzondering wordt in de praktijk nog wel eens gebruikt als ontsnappingsroute voor bijvoorbeeld verhuur aan studenten of arbeidsmigranten. Met het label “short stay” op wat feitelijk huren is, blijft huurbescherming buiten beeld. Dit is niet zonder risico: uit vaste rechtspraak volgt dat de uitzondering terughoudend toegepast dient te worden. Een rechter kan de huurovereenkomst kwalificeren als een gewone huurovereenkomst met alle gevolgen van dien.
Wat regelt het voorstel?
Het wetsvoorstel introduceert een harde beperking in tijd: duurt de verhuur langer dan dertig nachten, dan is het in ieder geval geen kortdurend gebruik meer in de zin van artikel 7:232 lid 2 BW. Kort samengevat, is het gevolg volledige huur(prijs)bescherming en toepasselijkheid van de Wet goed verhuurderschap. Om zogenoemde ‘draaideurconstructies’ – waarbij een verhuurder een huurder telkens naar een andere woonruimte binnen hetzelfde gebouw verplaatst – te voorkomen worden opeenvolgende verblijven van dezelfde huurder in verschillende woonruimten binnen dezelfde bouwkundige eenheid bij elkaar opgeteld.
Consultatiereacties
De internetconsultatie was geopend tot en met 28 augustus 2026. Diverse partijen hebben gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren op het wetsvoorstel.
Zo heeft een samenwerkingsverband van luxe hotels in Amsterdam erop gewezen dat het woonruimtebegrip van artikel 7:233 BW afhangt van de partijbedoeling en de feitelijke inrichting, en dat de memorie van toelichting ruimte laat voor de lezing dat een hotelverblijf van meer dan dertig nachten tóch huurbescherming kan geven; een gast die acht weken een suite met keuken betrekt, zou dan in theorie een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd krijgen.
De provincie Zeeland attendeert op de spanning die kan ontstaan tussen het huurrecht en het omgevingsrecht: een verblijf huurrechtelijk als woonruimte kan gelden terwijl de locatie omgevingsrechtelijk alleen voor logies is bestemd (en dus niet voor wonen), en vraagt aandacht voor de gevolgen voor hotels, vakantieparken en arbeidsmigrantenhuisvesting.
Het voorstel kent bovendien geen overgangsrecht en dat betekent dat de nieuwe regels direct zouden gelden voor alle bestaande huursituaties. Niet verrassend is dus dat meerdere partijen om een overgangsregeling hebben verzocht.
Vooruitblik
Na afronding van de consultatie worden de reacties verwerkt en wordt het wetsvoorstel ter advisering voorgelegd aan de Raad van State, waarna het bij de Tweede Kamer wordt ingediend en beide Kamers de behandeling doorloopt. We volgen de ontwikkelingen op de voet.






