Inleiding
Maakt een (indirect) bestuurder van een rechtspersoon misbruik van zijn bevoegdheid om aangifte tot faillietverklaring van de rechtspersoon te doen terwijl hij weet dat deze nauwelijks of geen baten heeft? En handelt hij daarmee onrechtmatig jegens de curator? Deze vragen stonden centraal in een recent gepubliceerd arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2025:2312). Het hof beantwoordt de vragen onder de omstandigheden van deze zaak ontkennend. Hierna leest u meer over de zaak.
De feiten
De indirect bestuurder van Easy Moves B.V. (hierna: ‘Easy Moves’) heeft aangifte tot faillietverklaring van de vennootschap gedaan, terwijl het duidelijk was dat Easy Moves nauwelijks baten had. Tijdens de behandeling van de aanvraag heeft de rechtbank aan de bestuurder voorgehouden dat de curator in geval van een faillissement niet betaald zou kunnen worden en dat er maatschappelijke kosten zouden worden gemaakt, terwijl er geen noodzaak tot faillissement was. De rechter heeft de bestuurder op de mogelijkheid van turboliquidatie gewezen en de behandeling van de faillissementsaanvraag met een week aangehouden om de bestuurder de gelegenheid te geven zijn verzoek te heroverwegen. De bestuurder heeft zijn verzoek tot faillietverklaring daarop gehandhaafd, waarna het faillissement van Easy Moves is uitgesproken.
Vordering van de curator
De curator is vervolgens een gerechtelijke procedure tegen de bestuurder gestart waarin hij betaling van het deel van zijn salaris heeft gevorderd dat niet uit de boedel kon worden voldaan. Volgens de curator had de bestuurder misbruik van zijn bevoegdheid om aangifte te doen tot faillietverklaring gemaakt door het faillissement van Easy Moves aan te vragen en stelt hij dat de bestuurder de verplichting had om te kiezen voor turboliquidatie. De rechtbank heeft de vordering van de curator in eerste aanleg afgewezen.
Oordeel van het hof
In hoger beroep oordeelt het hof dat de bestuurder geen misbruik van zijn bevoegdheid om aangifte te doen tot faillietverklaring heeft gemaakt. Anders dan de curator betoogt, bestaat er geen verplichting voor het bestuur om bij een lege of vrijwel lege boedel te kiezen voor turboliquidatie in plaats van een faillissementsaanvraag.
Onder verwijzing naar een uitspraak van de Hoge Raad van 22 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3269) overweegt het hof dat het enkele feit dat een bestuurder weet dat de boedel (nagenoeg) leeg is, onvoldoende is om misbruik van bevoegdheid aan te nemen. Daarvoor is ook nodig dat de bestuurder geen voldoende gerechtvaardigd belang had bij de aangifte tot faillietverklaring.
Het hof is met de rechtbank eens dat de bestuurder in het onderhavige geval een gerechtvaardigd belang had bij de faillissementsaangifte. Een crediteur van Easy Moves had namelijk gedreigd met bestuurdersaansprakelijkheid, waardoor voor de bestuurder een reëel risico bestond dat hij persoonlijk aansprakelijk zou worden gesteld als hij niet zou hebben gekozen voor een transparante vereffening via faillissement, maar voor turboliquidatie. Door het faillissement aan te vragen is dit risico aanzienlijk beperkt, aldus het hof. Het hof is het ook met de rechtbank eens dat er sprake is van een voldoende gerechtvaardigd belang, omdat een (persoonlijke) aansprakelijkstelling voor een bestuurder in het algemeen als belastend is te beschouwen, zowel in financiële zin als anderszins.
Het hof merkt tot slot nog op dat uit de uitspraak van de Hoge Raad van 22 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3269) bovendien volgt dat het bewerkstelligen van de ontbinding van een rechtspersoon een voldoende gerechtvaardigd belang kan zijn. Volgens het hof was dat belang aanwezig, mede gelet op het feit dat het klantenbestand en personeel van Easy Moves in het kader van een overname reeds was overgenomen.
Betekenis voor de praktijk
Deze uitspraak bevestigt dat een bestuurder niet zonder meer misbruik maakt van zijn bevoegdheid om aangifte te doen tot faillietverklaring van een rechtspersoon als deze geen of nauwelijks baten heeft. Daarvoor is ook nodig dat de bestuurder geen voldoende gerechtvaardigd belang heeft bij de faillissementsaangifte. Een voldoende gerechtvaardigd belang kan onder meer zijn het beperken van een risico op persoonlijke aansprakelijkheid of het bewerkstelligen van de ontbinding van een rechtspersoon.






