Tijdens een rechtszitting worden procespartijen vaak door de rechter gevraagd om op de gang te proberen tot een gezamenlijke oplossing te komen, oftewel een schikking te treffen. Als partijen tot een schikking komen, legt de rechter deze vast in een proces-verbaal. Zo lijkt het geschil afgedaan, maar het kan voorkomen dat een van de partijen de afspraken niet nakomt. Wat kan de andere partij dan doen met de in het proces-verbaal vastgelegde schikkingsafspraken?
Executoriale titel: wat houdt het in?
De wet bepaalt dat bepaalde documenten – zoals rechterlijke vonnissen, notariële akten of dwangbevelen – direct ten uitvoer kunnen worden gelegd door een deurwaarder. Dit betekent dat de deurwaarder, zonder verdere tussenkomst van een rechter, beslag kan leggen op goederen van de veroordeelde partij. Ook een proces-verbaal van een schikking is een executoriale titel. Dat betekent dat wanneer een partij zijn verplichtingen onder de schikking niet nakomt, de andere partij via de deurwaarder alsnog zijn geld kan krijgen. Een procedure is dan niet meer nodig.
Proces-verbaal van schikking niet altijd executoriale titel
Recentelijk nam de Hoge Raad een belangrijke beslissing (ECLI:NL:HR:2025:1807) over de executoriale werking van een schikking die is vastgelegd in een proces-verbaal.
Wat was de situatie? Twee procespartijen bereikten tijdens een rechtszitting een schikking. Daarbij gold dat een van de partijen gebonden was aan een geheimhoudingsbeding en dat bij overtreding daarvan een boete van € 100.000,= verschuldigd zou zijn aan de andere partij. De rechter legde de schikking vast in een proces-verbaal.
Na de zitting werd gesteld dat het geheimhoudingsbeding tweemaal was geschonden. De benadeelde partij gaf daarop een deurwaarder opdracht om € 200.000,= aan boetes te innen. De andere partij ontkende de overtredingen.
De centrale vraag die moest worden beantwoord, was of de deurwaarder op basis van het proces-verbaal het boetebedrag kon innen.
Het oordeel
Zowel de rechtbank als het gerechtshof oordeelden dat het proces-verbaal voor het innen van de boete niet als executoriale titel kon worden gebruikt. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel. Volgens de Hoge Raad geldt bij een proces-verbaal van een schikking dat een vordering met voldoende bepaaldheid moet zijn omschreven. Is de vordering afhankelijk van toekomstige gebeurtenissen die bij het opstellen van het proces-verbaal nog onzeker zijn, zoals het schenden van een geheimhoudingsbeding, dan is er geen sprake van voldoende bepaaldheid. Het proces-verbaal kan in zo’n geval niet als executoriale titel worden gebruikt.
Gevolgen voor de praktijk
De schikking in het bovengenoemde geval bleef dus geldig, maar een separate procedure was vereist om vast te stellen of de boete daadwerkelijk verschuldigd was. Dit onderstreept het belang van een zorgvuldige formulering van schikkingsbepalingen. Daarmee kan soms worden voorkomen dat een partij na het bereiken van een schikking opnieuw naar de rechter moet om te laten vaststellen of hij recht heeft op nakoming en pas daarna zijn executoriale titel kan verhalen op de ander. Tegelijkertijd moeten advocaten ervoor zorgen dat hun cliënten zich niet al te rijk rekenen met een schikking. Sommige toekomstige ontwikkelingen zijn nu eenmaal te onzeker en daarover zal in de toekomst dus wellicht opnieuw moeten worden geprocedeerd.
Hebt u vragen?
Voor meer informatie of vragen over het bovenstaande kunt u contact opnemen met Emiel Brusse.






