Op 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting gefaseerd in werking getreden. Dit betekent dat een deel van de wet op die datum al geldt, terwijl andere onderdelen – waaronder de uitwerking van de wet in het bijbehorende Besluit versterking regie volkshuisvesting (hierna: Besluit) – op een later moment in werking treden.
Zoals de naam al doet vermoeden, wil de wetgever met deze wet meer grip krijgen op de volkshuisvesting. Met deze wet wil de wetgever het woningtekort langs verschillende wegen op lossen en een evenwichtige woningvoorraad realiseren. Zo moet de wet bijdragen aan voldoende betaalbare woningen en worden juridische procedures bij woningbouwprojecten verkort, zodat sneller duidelijkheid ontstaat en woningen eerder gebouwd kunnen worden.
Een van de onderdelen van deze wet en het daarbij behorende Besluit is de introductie van de vergunningvrije familiewoning op eigen erf. In dit artikel staan wij stil bij de familiewoning: voor wie is zij bestemd en aan welke voorwaarden moet zij voldoen? Maar eerst grijpen we kort terug op de vergunningvrije mantelzorgwoning. Een vergunningvrije mantelzorgwoning is onder bepaalde voorwaarden al mogelijk, maar deze regeling wordt op een aantal punten gewijzigd.
De vergunningvrije mantelzorgwoning
Een mantelzorgwoning is een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw (denk aan een aanbouw, uitbouw of losstaand gebouw op hetzelfde perceel) dat gebruikt wordt als woonruimte door iemand die intensieve zorg verleent of ontvangt van een bewoner van de hoofdwoning. Onder bepaalde voorwaarden mag zo’n bijbehorend bouwwerk zonder omgevingsvergunning worden gebouwd én als mantelzorgwoning worden gebruikt.
Situatie vóór 1 januari 2024
Vóór 1 januari 2024 was de vergunningvrije mantelzorgwoning landelijk geregeld.
De regels stelden onder meer eisen aan de maximale bouwhoogte en oppervlakte. Daarnaast mocht de mantelzorgwoning slechts worden bewoond door maximaal twee personen uit één huishouden, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleende aan of ontving van een bewoner van de hoofdwoning. Een gezin met kinderen kon zich dus niet vergunningvrij in de mantelzorgwoning vestigen. Om de mantelzorgrelatie aan te tonen, was een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur (hierna: mantelzorgverklaring) vereist.
Situatie vanaf 1 januari 2024
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is deze regeling via de zogeheten Bruidsschat – een pakket rijksregels dat automatisch onderdeel werd van de lokale omgevingsplannen – overgeheveld naar de gemeenten. De regeling gold daarmee van rechtswege als onderdeel van het omgevingsplan van elke gemeente, maar gemeenten kregen de vrijheid om de regels aan te passen. Het gevolg is dat de voorwaarden voor een vergunningvrije mantelzorgwoning sindsdien per gemeente kunnen verschillen: gemeenten kunnen kiezen meer of minder vergunningvrij toe te staan.
Wat gaat er veranderen?
Met de Wet versterking regie volkshuisvesting en het daarbij behorende Besluit wordt de regeling voor een vergunningvrije mantelzorgwoning toch weer op landelijk niveau geregeld, via een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Bovendien wordt de regeling gewijzigd.
Zo komt de mantelzorgverklaring als bewijsmiddel voor de mantelzorgrelatie straks te vervallen. Het wordt aan de gemeenten zelf overgelaten hoe de mantelzorgrelatie moet worden aangetoond. Verder wordt de voorwaarde dat er sprake moet zijn van één huishouden losgelaten. Daarnaast komt de grens van maximaal twee personen in de mantelzorgwoning te vervallen.
De vergunningvrije familiewoning (nieuw)
Naast de regeling van de mantelzorgwoning op landelijk niveau en de vereenvoudiging van deze regeling, introduceert het Besluit straks een geheel nieuwe categorie: de vergunningvrije familiewoning. Kort samengevat wordt het hiermee straks mogelijk om een familielid te huisvesten in een bijbehorend bouwwerk op eigen erf, zonder omgevingsvergunning.
Waarom deze nieuwe regeling?
De wetgever legt in de Nota van Toelichting (hierna: Nota) uit dat veel volwassen kinderen noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen vanwege de woningnood en het gebrek aan betaalbare woningen. Dat heeft volgens de Nota grote gevolgen voor de privacy en vrijheid van zowel ouders als kinderen. Door op het erf van de ouders een eigen woning te kunnen betrekken, kan die druk worden verminderd. Daarnaast speelt pre-mantelzorg een rol: ouderen die nog geen directe zorg nodig hebben, kunnen alvast bij hun kinderen in de buurt gaan wonen (of andersom), zodat de overgang naar mantelzorg geleidelijk kan verlopen. Zo kunnen de kinderen alvast zorg aanbieden aan de ouders voorafgaand aan mantelzorg.
Voor wie geldt deze regeling?
Het begrip ‘huisvesting van familieleden’ zal als volgt worden gedefinieerd: “huisvesting in of bij een woning van een huishouden, van wie ten minste één persoon:
1°. in een eerste graad bloedverwantschap staat tot een bewoner van de woning; of
2°. pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet ontvangt of ten minste een jaar voorafgaand aan het bereiken van de leeftijd waarop pleegzorg ophoudt heeft ontvangen van een bewoner van de woning.”
Uit deze definitiebepaling moet worden opgemaakt dat de familiewoning bestemd is voor een huishouden, waarbij ten minste één persoon een eerstegraads verwantschap heeft met een bewoner van de hoofdwoning, of een pleegkind is (of was) van de bewoner.
Volgens de Nota wordt onder ‘familieleden in de eerste graad’ verstaan a) de partner (via huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract’, b) de ouders (inclusief stief- en adoptieouders), c) (schoon)ouders, d) kinderen (inclusief stief- en adoptiekinderen) en e) schoondochters en schoonzonen. De Nota lijkt hiermee een ruimere uitleg te geven aan bloedverwantschap in de eerste graad.
Welke bouwvoorwaarden gelden?
De eisen die worden gesteld aan het bijbehorende bouwwerk dat als familiewoning (of mantelzorgwoning) wordt gebruikt, komen overeen met de voorwaarden die eerder golden onder het Bor en die via de Bruidsschat onderdeel zijn geworden van het tijdelijke deel van de omgevingsplannen.
Wanneer treedt dit in werking?
Het Besluit – en daarmee de nieuwe regels voor zowel mantelzorgwoning als de familiewoning – zal naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treden.






