Vastgoed / Huurrecht

Opkoopbescherming: Nieuw instrument in strijd tegen krapte op de woningmarkt

Op 1 januari 2022 is de Huisvestingswet 2014 gewijzigd. Aan de Huisvestingswet 2014 is een nieuw hoofdstuk toegevoegd met de titel “Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming”. Het gevolg van deze wetswijziging is dat gemeenten regels op kunnen nemen in hun Huisvestingsverordening met betrekking tot het verbieden van de verhuur van bepaalde woningen.

Achtergrond opkoopbescherming

De zogenaamde ‘opkoopbescherming’ houdt in dat gemeenten kunnen bepalen dat het verboden is om als eigenaar bepaalde woningen zonder vergunning in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers. Dit betekent dat een koper gedurende vier jaar de woning in beginsel niet zonder vergunning mag verhuren. De reden voor het invoeren van de opkoopbescherming is de krapte op de woningmarkt. Door de hoge prijzen maken met name starters en mensen met een middeninkomen minder kans op de woningmarkt. Het doel van de opkoopbescherming is om deze groepen meer kans te geven op het vinden van een betaalbare koopwoning.

Bewegingsvrijheid gemeente

Voor de gemeenten is door de wetswijziging een wettelijke basis ontstaan om in te grijpen tegen het kopen van woningen bedoeld voor verhuur. Gemeenten bepalen zelf voor welke gebieden en voor welke woningen in het goedkope en middeldure segment de opkoopbescherming zal gelden. Sommige gemeenten hebben een aantal wijken aangesteld waar de opkoopbescherming zal gelden, andere gemeenten hebben ervoor gekozen om de opkoopbescherming te laten gelden in de hele gemeente. Ook bepalen de gemeenten zelf tot welke waarde de opkoopbescherming geldt en wat zij dus aanmerken als goedkoop en middelduur segment.

De gemeenten hebben dus wat ruimte in het invullen van de regels en bepalen ook zelf wanneer zij deze regels in werking laten treden.

Uitzonderingsgevallen

Bij de opkoopbescherming moeten gemeenten rekening houden met drie uitzonderingsgevallen. In deze gevallen mogen gemeenten het verlenen van een verhuurvergunning niet weigeren. De gemeenten mogen dit niet weigeren wanneer de woning aan naaste familie wordt verhuurd, de woning onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor-, of bedrijfsruimte, of als de woning ten hoogste één jaar in bruikleen wordt gegeven. Voor deze gevallen geldt dat de gemeenten verhuurvergunningen moeten verlenen.

Bestuurlijke boete

Indien een woning die onder de reikwijdte van de opkoopbescherming valt zonder vergunning wordt verhuurd, kan de gemeente ervoor kiezen een bestuurlijke boete op te leggen aan de eigenaar van de woning. De boete kan op basis van de huidige boetebedragen oplopen tot € 21.750,-.

Tijdelijk?

De titel van het nieuwe hoofdstuk in de wet, “Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming”, maakt duidelijk dat de opkoopbescherming een regeling van tijdelijke aard is. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt na vijf jaar na inwerkingtreding van de opkoopbescherming de balans op. Als de minister dan beoordeelt dat de opkoopbescherming nog steeds noodzakelijk en relevant is in de economische situatie van dat moment, kan de minister er voor kiezen om de bepalingen inzake opkoopbescherming in stand te houden. Indien uit het verslag van de minister blijkt dat de noodzaak of de relevantie in de economische situatie van dat moment van de maatregelen onvoldoende kan worden aangetoond, vervallen deze bepalingen.

Huidige stand van zaken

De gemeente Rotterdam en de gemeente Haarlem hebben al gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de opkoopbescherming in te voeren. De gemeente Amsterdam is voornemens om de opkoopbescherming vanaf 1 april 2022 in te voeren voor alle gebieden van de stad. Daarnaast is de gemeente Amsterdam van plan om de opkoopbescherming te laten gelden bij woningen met een WOZ waarde tot en met € 512.000,-. Het is nu aan de gemeenteraad van Amsterdam om te bepalen of de opkoopbescherming in deze vorm zal gaan gelden.

Tot slot

Het is nog maar de vraag of de opkoopbescherming in de praktijk tot het gewenste resultaat zal leiden. Na verloop van tijd zal duidelijk worden of de opkoopbescherming het doel dient waar zij voor is gemaakt.

Heeft u vragen over bovenstaand artikel, neem dan contact op met mr. Tim Boer, mr. Stephan Kloosterman, mr. Stefan Pentinga, mr. Nathalie Berenschot of mr. Siegrid Reitsma van de sectie Vastgoed.

Labré advocaten stelt haar nieuwsberichten zorgvuldig samen op basis van de op dat moment geldende regelgeving. Onze nieuwsberichten kunnen door de actualiteit worden achterhaald en hebben een algemeen karakter waardoor zij niet als juridisch advies kunnen worden beschouwd.

Dit artikel delen: