Privacyrecht

Privacy vs. UBO-register: 1 – 0

Het UBO-register is deze maand weer veel in het nieuws. Eerder deze maand werd bekend dat een groot aantal juridische entiteiten nog niet heeft voldaan aan de verplichting om hun uiteindelijke belanghebbenden te registreren, en deze week heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangrijke uitspraak gedaan over de openbaarheid van de geregistreerde gegevens. Deze uitspraak, die verderop in dit artikel aan bod komt, is in het bijzonder van belang voor aandeelhouders en begunstigden van (familie)bedrijven, family offices en trustentiteiten.

Achtergrond
In het UBO-register moeten ondernemingen, verenigingen, stichtingen en andere juridische entiteiten registreren wie hun uiteindelijke belanghebbenden (UBO’s) zijn. Bij commerciële ondernemingen zijn dat meestal de personen die direct of via tussenvennootschappen ten minste 25% van de aandelen houden. Bij entiteiten die zijn opgezet om (familie)vermogens te beheren, zijn de UBO’s doorgaans de (uiteindelijke) begunstigden van het vermogen van deze entiteiten. Het UBO-register vloeit voort uit Europese regelgeving, maar is niet centraal geregeld. Iedere lidstaat heeft zijn eigen UBO-register. In Nederland wordt het UBO-register bijgehouden door de Kamer van Koophandel. Sinds 27 maart 2022 is elke in het handelsregister geregistreerde juridische entiteit verplicht om zijn UBO(‘s) geregistreerd te hebben bij de Kamer van Koophandel. Wie dit niet doet, is sinds die datum in overtreding. De verplichting geldt ook voor juridische entiteiten die nauwelijks enige binding met Nederland hebben, zoals vennootschappen die deel uitmaken van een buitenlandse structuur.

Aan de registratieplicht blijkt lang niet iedereen zich te houden: onlangs werd namelijk bekend dat één op de drie in het handelsregister ingeschreven juridische entiteiten nog altijd geen UBO(‘s) heeft geregistreerd. De minister van Financiën heeft aangekondigd dat het Bureau Economische Handhaving hierop zal gaan handhaven.

Het registreren van UBO’s in nationale UBO-registers is bedoeld om witwassen, fraude en het financieren van terrorisme (makkelijker) op te kunnen sporen. Maar tot deze week waren het niet alleen de opsporingsinstanties die toegang hadden tot de gegevens in de nationale UBO-registers. De persoonsgegevens van personen die zijn geregistreerd in het Nederlandse UBO-register waren publiek toegankelijk en eenvoudig op te vragen via de website van de Kamer van Koophandel. Het is weinig verbazend dat veel partijen, waaronder met name aandeelhouders en begunstigden van familiebedrijven, family offices en trustentiteiten, zich uit privacyoverwegingen vanaf het begin hebben verzet tegen het openbaar worden van hun persoonsgegevens. Mogelijk hebben deze privacy-bezwaren er in Nederland aan bijgedragen dat nog altijd veel juridische entiteiten geen UBO’s hebben ingeschreven.

Uitspraak
Op 22 november 2022 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan in een procedure tussen de Luxemburgse tegenhanger van de Kamer van Koophandel en een Luxemburgse onderneming die weigerde zijn UBO’s te registreren. Op het eerste oog dus een Luxemburgse aangelegenheid, maar de uitspraak van het Hof heeft gevolgen voor de hele EU en is goed nieuws voor mensen die niet staan te springen om met de wereld te delen dat zij aandeelhouder of begunstigde zijn van een juridische entiteit. Het Hof heeft namelijk een streep getrokken door de openbaarheid van het Luxemburgse UBO-register. Volgens het Hof maakt de openbare toegankelijkheid van het UBO-register een te ernstige inbreuk op de privacy van de in het UBO-register geregistreerde personen. De informatie in het UBO-register zou volgens het Hof alleen toegankelijk moeten zijn voor partijen die daarbij een legitiem belang hebben, zoals instanties die te maken hebben met (de bestrijding van) witwassen, fraude en financiering van terrorisme.

Gevolgen in Nederland
Omdat de UBO-registers tot deze week in alle EU-landen openbaar waren, heeft de uitspraak gevolgen voor de hele EU. De (Nederlandse) minister van Financiën heeft dan ook onmiddellijk na de uitspraak van het Hof aan de Kamer van Koophandel gevraagd om informatieverstrekking van het UBO-register per direct op pauze te zetten. Dit is gebeurd: het UBO-register kan inmiddels niet meer geraadpleegd worden. Of dit op de lange termijn zo blijft is nog niet duidelijk. Denkbaar is dat de informatie uiteindelijk niet alleen toegankelijk zal worden voor overheden en kredietinstellingen, maar ook voor diverse andere partijen die daar een legitiem belang bij hebben, zoals notarissen en zelfs journalisten. Maar voor het opnieuw ongelimiteerd openbaar maken van de geregistreerde informatie voor het grote publiek lijkt de uitspraak van het Hof weinig ruimte te bieden.

De uitspraak heeft geen gevolgen voor de registratieverplichting. Juridische entiteiten die hun UBO’s nog niet hebben geregistreerd, zijn nog steeds verplicht om dit te doen. De minister heeft eerder aangekondigd dat het ministerie pas zou beginnen met het handhaven van de registratieverplichting nadat de Europese rechter uitspraak had gedaan in de Luxemburgse procedure. Nu dit is gebeurd en het Hof geen streep heeft getrokken door het UBO-register zelf (maar alleen door de openbare toegankelijkheid van het register), dienen ondernemingen die nog geen UBO’s hebben geregistreerd er dus rekening mee te houden dat hen sancties opgelegd kunnen worden.

Voor meer informatie of vragen over het bovenstaande kunt u contact opnemen onze specialisten Privacyrecht mr. Jelmer Feensta en mr. Francis ten Broeke.

Labré advocaten stelt haar nieuwsberichten zorgvuldig samen op basis van de op dat moment geldende regelgeving. Onze nieuwsberichten kunnen door de actualiteit worden achterhaald en hebben een algemeen karakter waardoor zij niet als juridisch advies kunnen worden beschouwd.

Dit artikel delen: