Update wetsvoorstel “Wet meer zekerheid flexwerkers”
In onze eerdere blogs van 19 mei 2025 en 26 januari 2026 hebben wij het wetsvoorstel “Wet meer zekerheid flexwerkers” dat in mei 2025 bij de Tweede Kamer is ingediend, besproken. Deze wet moet het misbruik van tijdelijke contracten terugdringen en de positie van flexwerkers versterken. Per 1 januari 2026 is de nieuwe uitzend-cao van kracht geworden, die deels aansluit bij de onderdelen van dit wetsvoorstel.
Inmiddels zijn verschillende amendementen, dus voorstellen om het wetsvoorstel op specifieke punten aan te passen, ingediend. De Tweede Kamer heeft op 21 april 2026 over deze ingediende amendementen gestemd en heeft een aanzienlijk aantal amendementen aangenomen. Hierna zullen wij de meest relevante kort bespreken:
Nulurencontract voor AOW-gerechtigden (nr 15)
Hiermee wordt de mogelijkheid behouden om met AOW-gerechtigden met een nulurencontract te blijven werken.
Gelijktrekking van het urencriterium op 16 uur (nr. 16)
In het wetsvoorstel stond voor scholieren en studenten die maximaal 12 uur per week werkzaam zijn een uitzondering op de ketenregeling opgenomen. Dit urencriterium is met het aannemen van het amendement nu verhoogd naar 16 uur. Dat urencriterium was al opgenomen voor scholieren en studenten ten aanzien van het verbod op nulurencontracten.
Uitzendbeding niet inroepbaar maken tijdens arbeidsongeschiktheid uitzendkracht (nr. 25)
In geval van ziekte kunnen uitzendkrachten die een uitzendbeding hebben en waarbij doorbetaling niet is geregeld in de cao, direct hun inkomen kwijtraken. Door het uitzendbeding niet inroepbaar te maken tijdens arbeidsongeschiktheid moet dit worden voorkomen.
Bij ministeriële regeling regels vaststellen aan wat redelijke vergoedingen zijn ex artikel 9a Waadi (nr. 27)
De uitlenende werkgever en inlenende werkgever kunnen onder de huidige wetgeving afspreken dat als de inlenende werkgever de arbeidskracht rechtstreeks in dienst neemt na de terbeschikkingstelling, de inlenende werkgever een ‘redelijke vergoeding’ aan de uitlenende werkgever moet betalen. Met dit aangenomen amendement moet een grens worden gesteld aan de hoogte van de vergoeding die door een uitlenende werkgever kan worden gevraagd als een arbeidskracht gaat werken bij de inlenende werkgever na afloop van een terbeschikkingstelling.
Inkaderen van de mogelijkheid, en hiermee wijziging van artikel 8 Waadi, om bij cao af te wijken van het beginsel van gelijke beloning (nr. 40)
In het wetsvoorstel hebben arbeidskrachten recht op gelijkwaardige beloning; de arbeidsvoorwaarden moeten in totaal gelijk zijn. Door middel van dit aangenomen amendement kunnen per algemene maatregel van bestuur (AMvB) arbeidsvoorwaarden worden aangewezen waarbij niet mag worden afgeweken van het beginsel van gelijke beloning, waardoor elk van deze arbeidsvoorwaarden niet “gelijkwaardig”, maar “ten minste gelijk” is voor een ter beschikking gestelde arbeidskracht.
Onderbrekingsperiode van 36 maanden (nr 42)
Het amendement om de onderbrekingsperiode van de ketenregeling van 60 maanden naar 36 maanden te wijzigen is aangenomen. De huidige wettelijke onderbrekingsperiode bedraagt 6 maanden.
Morgen (dinsdag 12 mei 2026) vindt de eindstemming plaats. Als het wetsvoorstel door de Tweede Kamer wordt aangenomen, zal het voorstel vervolgens worden voorgelegd aan de Eerste Kamer. Inwerkingtreding van de wet zal, ten aanzien van het onderdeel van de wet dat ziet op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, niet eerder zijn dan 1 januari 2027. Voor de overige onderdelen van de wet zal dit naar verwachting niet eerder zijn dan 1 januari 2028.
Een nadere toelichting op alle (aangenomen) amendementen, moties en de huidige stand van zaken van het wetsvoorstel is hier na te lezen.
Update compensatieregeling transitievergoeding
Op 10 december 2025 is een nieuw wetsvoorstel ingediend met als doel de compensatieregeling voor de transitievergoeding te beperken tot kleine werkgevers.
Initieel was het streven dat de regeling per 1 juli 2026 in werking zou treden. Onlangs is echter aangekondigd dat deze datum wegens vertraging niet haalbaar is. De nieuw voorziene inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2027. Of het wetsvoorstel ook daadwerkelijk in werking zal treden, is op dit moment echter nog onzeker. Zowel de Tweede als Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog behandelen en bovendien is in het Coalitieakkoord 2026-2030 het voornemen opgenomen om de compensatieregeling per 2028 in het geheel af te schaffen.
Meer informatie over de compensatieregeling transitievergoeding is te vinden in dit nieuwsartikel.






